top of page

Wat kost een werknemer écht in 2026? Van bruto loon naar totale werkgeverslast

  • Foto van schrijver: Ronald Blaak van de
    Ronald Blaak van de
  • 27 mei
  • 6 minuten om te lezen
Wat kost een werknemer echt in 2026 focus artikel Blaak Administratie Wijchen BV

Gepubliceerd op 27 mei 2026 Auteur: Ronald van de Blaak Wie een werknemer aanneemt, stuurt vaak eerst op het bruto maandloon. Maar in 2026 zit het verschil tussen “€ 3.500 bruto” en “wat kost deze medewerker mij echt?” opnieuw in de details: werkgeverspremies, vakantiegeld, contractvorm, WKR-ruimte en het verzuim- en re-integratierisico. Juist omdat die percentages en grenzen jaarlijks wijzigen, is een eerlijk rekenvoorbeeld nuttiger dan een snelle vuistregel.

In 3 regels

  • Bruto loon is alleen het begin; daarbovenop komen onder meer vakantiegeld, werkgeverspremies en eventuele extra arbeidsvoorwaarden.

  • In 2026 zijn voor werkgevers vooral relevant: AWf laag 2,74%, AWf hoog 7,74%, Aof laag 6,27%, Aof hoog 7,63%, opslag Wko 0,50%, werkgeversheffing Zvw 6,10% en WKR-vrije ruimte 2,00% tot en met € 400.000 fiscale loonsom en 1,18% daarboven.

  • Wie ook verzuim meerekent, moet verder kijken dan loon alleen: het gemiddelde ziekteverzuim onder werknemers lag in 2025 op 5,4%, werkgevers betalen bij ziekte maximaal 104 weken loon door en moeten re-integratie organiseren.

Voor wie is dit relevant?

Voor ondernemers en werkgevers die in 2026 willen aannemen, uitbreiden of opnieuw naar hun personeelsbegroting willen kijken. Zeker voor mkb-bedrijven is dit relevant, omdat de werkelijke werkgeverslast vaak pas zichtbaar wordt als salaris, premies, verzuim en personeelsregelingen in één overzicht naast elkaar staan.

In één oogopslag

  • Ondernemersplein splitst personeelskosten in verplichte loonkosten, afgesproken arbeidsvoorwaarden en verplichte loonheffingen voor de werkgever.

  • Uw werknemer heeft in beginsel recht op minimaal 8% vakantiegeld over het bruto jaarsalaris.

  • De lage AWf-premie geldt in 2026 alleen bij een schriftelijk vastgelegd contract voor onbepaalde tijd dat geen oproepcontract is; anders geldt meestal de hoge premie.

  • Voor Aof en Whk maakt de omvang van de werkgever uit; voor 2026 geldt als kleine werkgever een premieloonsom in 2024 tot en met € 1.082.500.

  • Voor kleine werkgevers in sector Zakelijke Dienstverlening II bedraagt de Whk-premie in 2026 volgens de sectorale tabel 0,94%.

  • De vrije ruimte van de WKR is in 2026 2,00% van de fiscale loonsom tot en met € 400.000 en 1,18% over het meerdere; boven die vrije ruimte betaalt u 80% eindheffing.

  • Het ziekteverzuim verschilt sterk per sector: in 2025 lag het op 3,2% in de horeca, 4,3% in zakelijke dienstverlening en 7,5% in de zorg.

Wat betekent dit praktisch voor werkgevers?

1. Eerst onderscheid maken: vast, optioneel en risicogedreven

Een eerlijke personeelsbegroting begint met drie lagen. De eerste laag zijn de vaste werkgeverslasten: bruto loon, vakantiegeld en de werkgeverspremies die u sowieso betaalt. De tweede laag zijn optionele of contractuele kosten, zoals pensioen, reiskosten, lease, thuiswerkvoorzieningen, opleiding of een 13e maand. De derde laag is de risicolaag: verzuim, vervanging, arbodienstverlening, re-integratie en mogelijke UWV-kosten bij een dossier dat vastloopt. Dat onderscheid is belangrijk, omdat ondernemers anders appels met peren vergelijken: het ene voorstel bevat alleen salaris, het andere ook pensioen, WKR-budget en verzuimreserve.

2. Rekenvoorbeeld 2026: werknemer met € 3.500 bruto per maand

Onderstaand voorbeeld houdt het bewust concreet. Aannames: een werknemer met een schriftelijk vast contract voor onbepaalde tijd (dus AWf laag), een kleine werkgever, sector Zakelijke Dienstverlening II voor de Whk, geen pensioen, geen lease, geen 13e maand, geen reiskostenvergoeding en geen recruitment- of softwarekosten. Daarmee ziet u eerst de “harde ondergrens” van de werkgeverslast.

Post

Berekening

Per jaar

Per maand

Bruto loon

€ 3.500 × 12

€ 42.000,00

€ 3.500,00

Vakantiegeld

8% van bruto jaarloon

€ 3.360,00

€ 280,00

Aof laag

6,27%

€ 2.844,07

€ 237,01

AWf laag

2,74%

€ 1.242,86

€ 103,57

Whk

0,94%

€ 426,38

€ 35,53

Opslag Wko

0,50%

€ 226,80

€ 18,90

Werkgeversheffing Zvw

6,10%

€ 2.766,96

€ 230,58

Subtotaal vaste werkgeverslast


€ 52.867,08

€ 4.405,59

Gemiddelde verzuimreserve

5,4% van subtotaal

€ 2.854,82

€ 237,90

Totaal incl. gemiddelde verzuimreserve


€ 55.721,90

€ 4.643,49

WKR-ruimte (optioneel)

2,00% van fiscale loonsom

€ 907,20

€ 75,60

Deskundigenoordeel UWV (scenario)

indien nodig in 1 dossier

€ 400,00

€ 33,33

Deze berekening gebruikt als premiebasis het bruto jaarloon plus vakantiegeld: € 45.360. Omdat dit onder het maximumpremieloon en maximumbijdrage-inkomen van € 79.409 blijft, lopen Aof, AWf, Whk en Zvw in dit voorbeeld volledig mee over het hele bedrag. De WKR-regel is hier apart getoond, omdat het geen verplichte extra loonkost is maar vrije ruimte op uw totale fiscale loonsom. In een bedrijf met meer werknemers gebruikt u die vrije ruimte uiteraard op totaalniveau, niet per se per werknemer één-op-één.

3. Wat gemiddeld verzuim met uw aanname doet

Het CBS definieert ziekteverzuim als het aandeel ziektedagen ten opzichte van het totaal aantal beschikbare werkdagen. Zet u dat gemiddelde van 5,4% uit 2025 als eenvoudige reserve op de vaste werkgeverslast uit het voorbeeld, dan komt u uit op ruim € 2.854 per jaar extra druk. Dat is geen factuur en ook geen garantie dat elke werknemer u dit exact kost; het is een reserveringsmaatstaf voor klantgesprekken en aannames. Voor een kantoorfunctie in zakelijke dienstverlening lag het feitelijke verzuim in 2025 met 4,3% lager dan het landelijk gemiddelde, terwijl zorg met 7,5% juist veel hoger lag. Gebruik dit voorbeeld dus als neutrale basis, niet als universele waarheid.

Nog een praktisch verschil: als dezelfde werknemer niet onder de lage maar onder de hoge AWf-premie valt, stijgt in dit voorbeeld de vaste werkgeverslast met € 2.268 per jaar, ofwel € 189 per maand. Dat is precies waarom contractvorm, schriftelijke vastlegging en oproepstatus niet alleen HR-onderwerpen zijn, maar direct op uw kostprijs doorwerken.

4. Re-integratie is geen afrondingsverschil

Voor verzuim en re-integratie bestaat geen eerlijke, uniforme “overheidsprijs” per werknemer. Officiële bronnen geven wel de verplichtingen, maar geen landelijk standaardbedrag voor arbodienst, interventies of tweede spoor. Daarom is het beter om daar niet één schijnprecies gemiddelde op te plakken. Wat wel vaststaat: de werkgever betaalt bij ziekte maximaal 104 weken loon door, minimaal 70% van het brutoloon, en moet samen met werknemer en bedrijfsarts aan re-integratie werken. In veel cao’s wordt in het eerste ziektejaar zelfs 100% van het loon doorbetaald. Daarnaast is een basiscontract met een arbodienst of bedrijfsarts verplicht, en blijft de werkgever zelf verantwoordelijk voor de inhoud daarvan.

Voor een concreet dossierbedrag kunt u wel één officiële post meenemen: een deskundigenoordeel van UWV kost een werkgever € 400 per aanvraag. En als UWV vindt dat u te weinig aan re-integratie hebt gedaan, kan het loon na 104 weken ziekte nog maximaal 1 jaar moeten worden doorbetaald. Dat zijn precies de redenen waarom een verzuim- en re-integratieparagraaf in een kostencalculatie thuishoort, maar waarom een fake “gemiddelde re-integratieprijs” u eerder misleidt dan helpt.

5. Wat in veel rekenvoorbeelden nog steeds ontbreekt

Het voorbeeld hierboven is bewust eerlijk, maar nog niet compleet voor elke werkgever. Niet meegenomen zijn onder meer pensioen, reiskosten, thuiswerkvergoedingen, apparatuur, opleidingen, recruitment, inwerktijd, vervanging bij verzuim en eventuele cao-verplichtingen. Ondernemersplein noemt pensioen, auto of fiets van de zaak en reiskosten expliciet als arbeidsvoorwaarden die boven op de verplichte loonkosten kunnen komen. De echte werkgeverslast is dus niet één getal voor Nederland, maar een basisbedrag plus uw eigen arbeidsvoorwaarden en risico-opslag.

Actieplan (stappen 1 t/m 10)

  1. Kies eerst het bruto salaris en leg pas daarna de werkgeverslasten ernaast.

  2. Bepaal of u rekent met een vast contract of een contract dat onder de hoge AWf-premie valt.

  3. Controleer of u voor Aof en Whk kleine, middelgrote of grote werkgever bent.

  4. Zoek bij Whk niet alleen uw percentage op, maar ook uw sector of beschikking.

  5. Bereken het vakantiegeld expliciet mee.

  6. Zet pensioen, reiskosten en andere arbeidsvoorwaarden apart in uw begroting.

  7. Neem een verzuimreserve op die past bij uw sector of minimaal bij het landelijke gemiddelde.

  8. Houd een aparte regel aan voor arbodienst en re-integratie, in plaats van die weg te moffelen in “overige kosten”.

  9. Gebruik de WKR alleen als optioneel budget, niet als excuus om vaste loonkosten te onderschatten.

  10. Leg deze rekenwijze vast in uw aannamemodel, zodat u sollicitatie- en groeibeslissingen op dezelfde manier vergelijkt.

Deze stappen volgen rechtstreeks uit de 2026-loonheffingspercentages, de WKR-regels en de officiële regels voor loondoorbetaling en re-integratie bij ziekte.

Checklist (1 minuut)

  •  Ik reken niet alleen met bruto loon, maar ook met vakantiegeld.

  •  Ik weet of de lage of hoge AWf-premie geldt.

  •  Ik weet welke Aof-/Whk-categorie voor mijn bedrijf geldt.

  •  Ik heb mijn Whk-percentage of sector gecontroleerd.

  •  Ik behandel WKR als budgetruimte, niet als gratis geld.

  •  Ik heb pensioen en reiskosten apart in beeld.

  •  Ik reken met een verzuimreserve en niet alleen met ideaal bezette uren.

  •  Ik weet dat een arbodienst of bedrijfsarts via een basiscontract verplicht is.

  •  Ik houd rekening met dossierkosten als re-integratie vastloopt.

  •  Ik gebruik voor klantgesprekken één vast rekenmodel in plaats van een losse vuistregel.

Kader: belangrijkste percentages en grenzen in 2026

  • AWf laag / hoog: 2,74% en 7,74%.

  • Aof laag / hoog: 6,27% en 7,63%.

  • Opslag Wko: 0,50%.

  • Werkgeversheffing Zvw: 6,10%.

  • Maximumpremieloon / maximumbijdrage-inkomen: € 79.409.

  • WKR-vrije ruimte: 2,00% tot en met € 400.000 fiscale loonsom, 1,18% daarboven; boven de vrije ruimte geldt 80% eindheffing.

  • Gemiddeld ziekteverzuim 2025: 5,4%; zakelijke dienstverlening 4,3%; zorg 7,5%.

  • Loondoorbetaling bij ziekte: maximaal 104 weken, minimaal 70% van het brutoloon; bij onvoldoende re-integratie kan UWV nog maximaal 52 weken extra loondoorbetaling opleggen.

Bronnen

  • Belastingdienst - tarieven, bedragen en percentages loonheffingen 2026.

  • Belastingdienst - AWf laag en hoog in 2026.

  • Belastingdienst - werkgeversheffing Zvw en maximumbijdrage-inkomen 2026.

  • Belastingdienst - WKR-vrije ruimte en 80% eindheffing.

  • Ondernemersplein - personeelskosten, vakantiegeld en eerste werknemer aannemen.

  • CBS - ziekteverzuim werknemers 2025 en sectorverschillen.

  • UWV - loondoorbetaling tijdens ziekte, beoordeling re-integratie en deskundigenoordeel.

  • Ondernemersplein / Arboportaal - basiscontract met arbodienst of bedrijfsarts.

Dit artikel is praktische duiding en geen fiscaal, arbeidsrechtelijk of actuarieel advies.

CTA Wilt u weten wat een werknemer in uw eigen situatie écht kost _inclusief contractvorm, sectorpremies en een verzuimreserve die niet te rooskleurig is? Laat Blaak Administratie een werkgeverslastencheck maken voordat u op het bruto loon alleen beslist. Tags: MKB • Payroll • Werkgeverslasten • Verzuim • Personeel

 
 
 
bottom of page